Zo maak je zelf een geurkaars. Stap voor stap
1. Was smelten
Hoeveel sojawas of bijenwas je nodig hebt, hangt af van de grootte van je potje. Een handige vuistregel is: vul het potje twee keer met wasvlokken. Die hoeveelheid heb je ongeveer nodig.
Doe de was in een maatbeker of smeltpannetje en zet dit in een pan met warm water. Laat de was langzaam smelten op middelhoog vuur.
2. Etherische olie toevoegen
Wanneer de was volledig gesmolten is, laat je deze iets afkoelen tot ongeveer 50 à 55°C. Voeg dan je etherische olie toe. Roer rustig door zodat de geur zich goed mengt met de was.
Hoeveel etherische olie heb je nodig?
Voor een subtiele, maar goed waarneembare geur gebruik je ongeveer 30 tot 40 druppels etherische olie per 100 gram sojawas. Wil je een intensere geur? Voeg dan iets meer toe, maar blijf onder de 10% van het totale gewicht aan olie.
3. De lont vastzetten
Dip de onderkant van de kaarslont kort in de gesmolten was en plak hem in het midden van je potje. Gebruik een knijper of satéprikker om de lont rechtop te houden terwijl je de kaars giet.
4. Gieten en laten uitharden
Giet de gesmolten was langzaam in het potje. Probeer luchtbellen te vermijden door rustig te schenken. Laat de kaars op kamertemperatuur staan tot hij volledig is uitgehard – meestal duurt dit een paar uur.
Knip vervolgens de lont af tot ongeveer 0,5 cm boven het oppervlak van de kaars. En dan komt het moeilijkste gedeelte: geduld hebben. Laat de kaars idealiter 24 uur rusten voordat je hem aansteekt, zodat de geur zich goed heeft kunnen binden aan de was.